De economie in Ghana Upper East Region
De drie noordelijke regio's Upper West, Upper East en Northern Region zijn een kleine 100.000 km² groot, met een bevolking van ongeveer 3,2 miljoen inwoners.
De Upper East Region is de kleinste van de drie met een oppervlakte van 9000 km², maar ook de meest bevolkte.
De drie regio's zijn het armst en het meest gemarginaliseerd.
Ze hebben het laagste inkomen per persoon en hebben weinig toegang tot sociale diensten.
45% van de bevolking is jonger dan 18 jaar en 20% is ouder dan 60 jaar. De vrouwen vertegenwoordigen 56% van de bevolking. De kindersterfte is er het hoogst van heel het land. Er is een jaarlijks terugkerend voedseltekort net voor de oogstperiode.
Een aantal dorpen in U.E.R. blijft nog geïsoleerd van een normale ontwikkeling.
In vijf van deze dorpen loopt het IVIDEP-programma van het FELIXFONDS!
Gedurende het droge seizoen zijn de landbouwactiviteiten zeer beperkt. Omdat er ook nauwelijks andere economische activiteiten zijn migreren veel mannen dan naar het zuiden om zo voor een bijkomend inkomen te zorgen. Voor de achterblijvende familie betekent het minder druk op de voedselreserves van hun familie en een kans op extra inkomen.
Het noorden heeft geen delfstoffen en is lang verstoken gebleven van degelijke infrastructuur. Er zijn geen spoorwegen;weinig verharde wegen en beperkte aansluiting op het electriciteitsnet.
Ook het onderwijs is traag op gang gekomen.
Het noorden is te lang beschouwd als de arbeidersreserve voor het Zuiden.
Eerst was er de slavernij, na de afschaffing hiervan was het de arbeidsreserve voor de plantages en de mijnbouw.
Het grootste deel van de beroepsbevolking is betrokken bij de landbouw en de veeteelt, bijna de enige economische activiteit en hoofdzakelijk afgestemd op eigen voorziening. De landbouw heeft te kampen met een aantal ongunstige factoren: inefficiënte landbouwmethodes, één regenseizoen met zeer grillige regenval en een zeer lang droogseizoen.
Veeteelt gebeurt op kleine schaal en dient meer als zekerheid, reserve voor slechte tijden en als bruidschat. De veeteelt kent, als gevolg van de droogte, een lage productiviteit en dus lage opbrengsten.
In de streek groeit het milieubewustzijn, men probeert de erosie tegen te gaan. De overheid bevordert het gebruik van natuurlijke meststoffen (groenbemesting).
In het kader van de milieubescherming lopen er enkele projecten voor boomplanting.
De streek verkeert in een kritieke situatie door het alsmaar verslechterende milieu en de vele onvruchtbare, uitgeputte gronden. De regens gedurende het korte regenseizoen zijn esentieel voor de landbouw maar beschadigen jaar na jaar de traditioneel in leem gebouwde huizen en de dijken voor de opvang van water bij de reservoirs.
De regens zijn ook de oorzaak van de sterke erosie die de humuslaag steeds dunner maakt.
Zelfs de taaie noorderling kan het hoofd niet meer bieden aan deze toestand. Jongeren verlaten de dorpen omdat ze geen toekomst meer zien en trekken naar de steden in het zuiden.
|